Op deze pagina vind je de grepentabel voor de Bes-trompet: bij elke toon zie je welke ventielen je indrukt. Een gekleurd rondje betekent: dit ventiel indrukken. “Open” betekent: geen ventiel indrukken. Print hem uit of houd hem open naast je bladmuziek.
De drie ventielen
Een trompet heeft drie ventielen. Ventiel 1 zit het dichtst bij je mond en speel je met je wijsvinger, ventiel 2 met je middelvinger en ventiel 3 met je ringvinger. Elk ventiel maakt de buis langer, waardoor de toon lager wordt.

Lage tonen
Onder de notenbalk beginnen de laagste tonen van de trompet. De laagste toon die je met ventielen kunt spelen, is de Fis met alle drie de ventielen ingedrukt.

Middenregister
Dit zijn de tonen die je als beginner het meest speelt. Je ziet dat sommige grepen terugkomen: de G en de C zijn bijvoorbeeld allebei open.

Hoge tonen
Hoe hoger je komt, hoe meer tonen dezelfde greep hebben. De E, G en hoge C zijn bijvoorbeeld allemaal open. Het verschil maak je met je lippen en je luchtstroom.

Alle grepen in een tabel
| Toon (geschreven) | Ventielen |
|---|---|
| Fis (laag) | 1 + 2 + 3 |
| G (laag) | 1 + 3 |
| Gis / As (laag) | 2 + 3 |
| A (laag) | 1 + 2 |
| Bes (laag) | 1 |
| B (laag) | 2 |
| C | open |
| Cis / Des | 1 + 2 + 3 |
| D | 1 + 3 |
| Es | 2 + 3 |
| E | 1 + 2 |
| F | 1 |
| Fis | 2 |
| G | open |
| Gis / As | 2 + 3 |
| A | 1 + 2 |
| Bes | 1 |
| B | 2 |
| C (midden) | open |
| Cis / Des | 1 + 2 |
| D | 1 |
| Es | 2 |
| E | open |
| F | 1 |
| Fis | 2 |
| G (hoog) | open |
| Gis / As | 2 + 3 |
| A | 1 + 2 |
| Bes | 1 |
| B | 2 |
| C (hoog) | open |
Goed om te weten
- Geschreven tonen: de grepentabel gaat uit van de noten zoals ze op papier staan. Een Bes-trompet klinkt een hele toon lager. Lees daarover meer in Bes-trompet: wat betekent transponeren?
- Ventiel 3 of 1 + 2: allebei maken de toon anderhalve toon lager. Meestal gebruik je 1 + 2, omdat dat beter zuiver klinkt.
- Lage Cis en D: de grepen 1 + 2 + 3 en 1 + 3 klinken vaak iets te hoog. Veel trompetten hebben daarom een trekker aan het derde ventiel om dat bij te stellen.
- Dezelfde greep, andere toon: welke toon er klinkt bij een greep, bepaal je met je lippen en je lucht. Dat heten boventonen, zie Boventonen op de trompet.