Een piano heeft 88 toetsen, een trompet maar drie ventielen. Hoe kun je dan zoveel verschillende tonen spelen? Het geheim heet boventonen of natuurtonen.
Liever kijken en luisteren? In deze video hoor je de boventonen en speel je de lipslurs mee.
Eén greep, veel tonen
Speel je zonder ventielen in te drukken, dan kun je toch verschillende tonen spelen. Welke toon er klinkt, hangt af van je lippen en je luchtstroom: hoe meer spanning en hoe snellere lucht, hoe hoger de toon.

Met de ventielen maak je de buis van de trompet langer. Dan krijg je een nieuwe reeks boventonen, een stukje lager. Door de grepen en de boventonen te combineren, kun je alle tonen spelen.
Waarom C en G dezelfde greep hebben
In de grepentabel zie je dat de lage C, de G, de middelste C, de E, de hoge G en de hoge C allemaal open zijn. Het zijn verschillende boventonen van dezelfde buislengte. Daarom moet je als trompettist je toon “horen” voordat je hem speelt: je lippen moeten weten waar ze naartoe gaan.
Oefening: lipslurs
Een lipslur is een oefening waarbij je zonder van greep te wisselen van de ene naar de andere boventoon gaat, alleen met je lippen en je lucht.
- Speel een lage C, open.
- Ga zonder te tongen naar de G erboven. Blaas iets sneller en span je lippen een beetje.
- Ga terug naar de C.
- Herhaal dit rustig vier keer. Doe daarna hetzelfde met ventiel 2 (B en Fis) en met 1 + 2 (A en E).
Lipslurs maken je lippen sterk en soepel. Begin langzaam met de metronoom op 60 bpm en speel elke toon twee tellen.
