Waarom heeft G-majeur één kruis en D-majeur twee? En hoe weet je welke mollen er in Es-majeur horen? Het antwoord staat in één handig schema: de kwintencirkel. Hij ziet er misschien uit als een ingewikkelde klok, maar als je eenmaal snapt hoe hij werkt, onthoud je alle toonsoorten met kruizen en mollen zonder ze uit je hoofd te leren.
Handig om vooraf te weten: wat een toonladder is en wat kruizen en mollen doen. Lees anders eerst wat is een toonladder? en de uitleg over kruis en mol op de theoriepagina.
Liever kijken en luisteren? In deze video zie en hoor je hoe de kwintencirkel werkt.
Wat is de kwintencirkel?
De kwintencirkel is een cirkel met twaalf toonsoorten, net als de twaalf uren op een klok. Bovenaan staat C-majeur, zonder kruizen of mollen. Ga je met de klok mee, dan gaat elke stap een kwint omhoog. Een kwint is vijf notennamen verder, de grondtoon meegeteld: C, D, E, F, G. Van C kom je dus bij G, van G bij D, enzovoort. Meer over die afstand lees je in intervallen in muziek.
Met de klok mee: steeds een kruis erbij
Elke stap met de klok mee krijgt de toonsoort één kruis extra in de voortekening:
- C-majeur: geen kruizen
- G-majeur: 1 kruis (fis)
- D-majeur: 2 kruizen (fis, cis)
- A-majeur: 3 kruizen (fis, cis, gis)
- E-majeur: 4 kruizen (fis, cis, gis, dis)
- B-majeur: 5 kruizen (fis, cis, gis, dis, ais)
- Fis-majeur: 6 kruizen (fis, cis, gis, dis, ais, eis)
De kruizen komen er altijd in dezelfde volgorde bij: fis cis gis dis ais eis. Het nieuwe kruis is steeds de toon een halve toon onder de nieuwe grondtoon. In G-majeur is dat fis, vlak onder G. In D-majeur cis, vlak onder D. Zo kun je het nakijken: het laatste kruis ligt een halve toon onder de toonsoort.
Tegen de klok in: steeds een mol erbij
Ga je vanaf C de andere kant op, dan gaat elke stap een kwint omlaag en komt er telkens een mol bij:
- F-majeur: 1 mol (bes)
- Bes-majeur: 2 mollen (bes, es)
- Es-majeur: 3 mollen (bes, es, as)
- As-majeur: 4 mollen (bes, es, as, des)
- Des-majeur: 5 mollen (bes, es, as, des, ges)
- Ges-majeur: 6 mollen (bes, es, as, des, ges, ces)
De volgorde van de mollen is bes es as des ges ces, precies andersom als de kruizen. Ook hier is er een trucje: bij twee of meer mollen is de één-na-laatste mol de naam van de toonsoort. Bes, es: dan zit je in Bes-majeur. F-majeur, met één mol, moet je gewoon onthouden.
Onderaan de cirkel komen de twee kanten samen. Fis-majeur en Ges-majeur klinken op de piano hetzelfde: het zijn dezelfde toetsen met andere namen.
De mineurtoonsoorten in de kwintencirkel
Elke majeurtoonsoort heeft een parallelle mineurtoonsoort met precies dezelfde voortekening. Je vindt hem een kleine terts onder de majeur, dat is drie halve tonen lager. Vaak staan die in een binnenring van de cirkel:
- C-majeur en a-mineur: geen voortekens
- G-majeur en e-mineur: 1 kruis
- D-majeur en b-mineur: 2 kruizen
- F-majeur en d-mineur: 1 mol
- Bes-majeur en g-mineur: 2 mollen
Zie je in een stuk één kruis staan, dan zit je dus in G-majeur of e-mineur. Welke het is, hoor je aan de klank en zie je vaak aan de laatste noot. Over dat verschil lees je meer in majeur en mineur.
Waar gebruik je de kwintencirkel voor?
- Voortekening lezen. Je ziet drie kruizen en weet meteen: A-majeur of fis-mineur.
- Toonladders spelen. Je weet welke zwarte toetsen erbij horen.
- Akkoorden vinden. Toonsoorten die naast elkaar liggen, delen veel tonen. In C-majeur zijn F en G de belangrijkste akkoorden naast C, en die staan in de cirkel precies links en rechts van C. Lees verder in akkoorden voor beginners.
Oefening
- Teken zelf een cirkel met twaalf plekken en zet C bovenaan.
- Vul met de klok mee in: G, D, A, E, B, Fis. Tel bij elke stap vijf notennamen door.
- Vul tegen de klok in: F, Bes, Es, As, Des, Ges.
- Schrijf bij elke toonsoort het aantal kruizen of mollen.
- Zet in een binnenring de parallelle mineur: steeds een kleine terts lager.
Veelgemaakte fouten
- De kruizen in de verkeerde volgorde zetten. Het is altijd fis cis gis dis ais eis.
- Majeur en mineur verwarren. Dezelfde voortekening hoort bij twee toonsoorten.
- Te veel tegelijk willen onthouden. Begin met C, G, D en F. De rest volgt vanzelf.
Begin je net met lezen, dan is noten leren lezen voor beginners een goed startpunt. En vergeet het ritme niet: zo tel je achtsten.
